blog George Lawson
15 april 2009Scheveningen is zo aangetast dat het een unieke eigen schoonheid oplevert.
Scheveningen is zo aangetast door verkeerde ingrepen uit het verleden dat het van de weeromstuit weer een unieke eigen schoonheid oplevert.” Aan het woord is Paul Broekhoff, hoofd cultuur van de Gemeente Den Haag gisteren na afloop van een heidag van het fonds in het Carlton Beach Hotel. We drinken buiten in de zon met het volle zicht op zee nog een glaasje. Dat glaasje hadden we wel verdiend vonden we. Want de discussies waarin de staf van het fonds en een aantal gasten o.l.v. extern voorzitter Stephen Hodes de toekomstagenda van het fonds verkenden, waren uiterst vruchtbaar. Een belangrijk onderwerp bijvoorbeeld was de manier waarop we ons in de toekomst tot de buitenwereld willen verhouden. Daarin kwam de observatie aan de orde dat aan de ene kant de medewerkers van het fonds best heel toegankelijk en betrokken zijn. Maar dat het fonds aan de andere kant vaak een bikkelhard bureaucratisch gezicht toont als het om de subsidiebeslissingen gaat. Dat hangt samen met een andere observatie dat het fonds de vierjarige subsidiebeslissingen direct na de oprichting heeft moeten nemen. Er was geen tijd beschikbaar om de buitenwereld van tevoren duidelijk te maken welke koers het fonds daarin zou varen. Nu kon die koers pas achteraf worden uitgelegd waardoor het fonds qua profilering op achterstand staat. Die profilering, het duidelijk maken aan de omgeving waar het fonds wel en niet voor staat, is een belangrijke voorwaarde voor een goede omgang van het fonds met het podiumkunstenveld. Daar moeten het fonds nu dus verder aan werken. Inhoud, scherpte en positiebepaling zijn daarin belangrijke sleutelwoorden en vergt een actieve aanpak, via een debatprogramma, een vernieuwde en levendige website, nieuwsbrief en andere communicatiemiddelen zoals deze blog. Dat neemt niet weg, vonden de discussiedeelnemers, dat het fonds in de korte tijd van zijn bestaan al veel heeft bereikt. “In het veld is niet onopgemerkt gebleven”, zo stelde voorzitter Stephen Hodes “dat het fonds werk heeft gemaakt van de opdracht om ditmaal scherpe keuzes te maken. Wat het fonds naast alle kritiek ook veel respect heeft opgeleverd”.
Een ander onderwerp was de aanstaande evaluatie van de subsidieinstrumenten van het fonds en de mogelijke veranderingen die dat op zou kunnen leveren in de regelingen van het fonds na 2010. Het fonds is geboren uit de noodzaak om de mismatch tussen vraag en aanbod die de duurzaamheid van de podiumkunsten bedreigt effectiever te kunnen bestrijden. Dat kan het nieuwe fonds o.a. omdat het als fusiefonds van drie aparte podiumkunstfondsen voor het eerst de ondersteuningsmogelijkheden in huis heeft voor scheppen, maken en programmeren en daarmee nu alle schakels in de keten bestrijkt. Een belangrijke vraag is of alle instrumenten goed genoeg op elkaar zijn afgestemd en het antwoord op die vraag moet eind dit jaar zijn beantwoord. De discussie was nog pril en informatief. Een overheersend gevoelen was wel dat we veel effectiever gebruik zouden kunnen maken van het instrument van programmeringsubsidies waarbij als inspirerend voorbeeld gekeken werd naar de popregeling. D.m.v. een tamelijk bescheiden ondersteuning van de programmering van een aantal geselecteerde poppodia wordt een behoorlijke hoeveelheid aanbod van interessante Nederlandse popmuziek in stand gehouden. Maar ook zijn we zeer benieuwd naar de werking van de nieuwe premie regeling in de muziek waar ensembles en podia beloond worden voor de extra speelbeurten die zij realiseren. Maar de belangrijke conclusie was wel dat het fonds er goed aan zou doen om de urgentie van de problemen in de podiumkunsten goed over het voetlicht te brengen en het veld zelf te betrekken bij de oplossingen. Dat gaan we dus doen