blog George Lawson
20 april 2009Telkens als ik opkijk van mijn laptop zie ik in een overweldigend panorama de zee.
Telkens als ik opkijk van mijn laptop zie ik in een overweldigend panorama de zee. Niet de Noordzee voor Scheveningen, zoals in mijn vorige blog maar de Middellandse zee voor de kust van St. Raphael. We zijn hier voor een weekje vakantie vanuit mijn hoeksteen Dordrecht naar toe gereden met een tussenstop in Maastricht. In het randprogramma van de tentoonstelling Exile on Mainstreet organiseerde het Bonnefantenmuseum afgelopen donderdag een debatavond over kunstsubsidies waar Lex ter Braak van het Fonds Beeldende Kunst en ik werden geïnterviewd over de vraag wat onze fondsen nu eigenlijk precies met de kunst voorhebben.
De uiterst vriendelijk kennismaking tijdens het voorafgaande diner met mijn ondervrager Stan Rijven stond niet in de weg dat deze muziekjournalist en programmamaker mij later op de avond stevig onder vuur nam over de heikele kwesties uit het turbulente eerste jaar van het fonds. Als journalist kun je die episode natuurlijk niet onbesproken laten, maar het is de vraag of de overduidelijk goedgemutste zaal wel zat te wachten op het wat geforceerde en vreugdeloze vraag en antwoordspel dat deze aanpak oplevert. Uit de vragen tijdens het debat bleken de Maastrichtse makers in niet echt te zitten met al dat fondsrumoer uit het verleden. Eerder nieuwsgierig naar de mogelijkheden die de fondsen voor hen in petto zouden kunnen hebben. Die gretigheid naar informatie en persoonlijk contact brengt Bonnefantendirecteur Alexander van Grevenstein na afloop op het idee om als landelijke fondsen gezamenlijk op gezette tijden in Maastricht ontmoetingen te organiseren, waarvoor hij graag als gastheer op wil treden. “Dat ga ik snel met de fondsen overleggen”, beloof ik als hij mij met een niet crisisbestendige maar wel super luxe en comfortabele four wheel drive om 23.30 bij het hotel afzet.
Onderweg naar Frankrijk bestrijd ik de verveling van de eindeloze autorit succesvol met het beluisteren van op de iPod gedownloade radio interviews. Ter hoogte van Dyon beluister ik Alize Zandwijk die ondervraagd door Petra Possel in het programma Kunststof met ingehouden woede een recensie aan de kaak stelt waarin het door haar geregisseerde stuk “Het laatste vuur” van haar favoriete toneelschrijfster Dea Loher wordt weggezet als een “te strak Duits stuk”. Dat is “net niks” vindt Zandwijk over de nog niet eens zo negatieve maar volgens haar totaal nietszeggende recensie; “daar kan ik helemaal niets mee”. Vroeger zou Alize Zandwijk de recensent onmiddellijk hebben gebeld om verhaal te halen. Maar dat doet zij niet meer zo leren wij uit het interview. “Sinds ik de baas ben”, stelt zij vast “ben ik rustiger geworden”. En voeg ik daar in mijn eigen gedachten aan toe; sinds zij erin geslaagd is dat leiderschap dwars door aanvankelijke twijfels bij een deel van de theaterwereld met kracht te bevestigen. Zandwijk neemt mij voor haar in door haar engagement, haar keuze voor “de kleine man” en door haar woedende afwijzing van onrecht. Die woede als uiting van ultieme levensdrift ligt in haar persoonlijke biografie besloten, zo leren wij o.a. uit treffende citaten van tweelingzus en schrijfster Nelleke Zandwijk. Die levensdrift zorgt behalve voor engagement ook voor een heel intensieve en persoonlijke manier van werken met haar acteurs. Dat is een goed recept voor succes in Duitsland zo blijkt uit de carri�re van Alize Zandwijk. Zonder politiek engagement gaat het niet in Duitsland. Maar wat haar werk net als dat van Johan Simons in Duitse ogen werkelijk bijzonder maakt is de combinatie daarvan met een acteerstijl die vele malen persoonlijker en kwetsbaarder is dan men in Duitsland gewend is. “Ik heb er altijd op gewacht dat mijn leven een geheel wordt. “ Dit citaat uit “Het laatste vuur” beveelt Petra Possel tot slot van het interview aan als “tegelwijsheid” van Alize Zandwijk. Daar kan Alize wel mee leven.
Na Dyon komen in de intimiteit van mijn voortglijdende Citroen achtereenvolgens nog Conny Palmen, Brigitte Kaandorp en Victor Low op bezoek. Daarover in mijn volgende blog.