blog George Lawson
5 juli 2009Wat blijft komt nooit terug.
De eerstkomende tijd zullen zowel de frequentie als de actualiteit van deze blog wat minder groot zijn. Want voor we er erg in hadden zijn we dwars door het seizoenseinde heen, al weer midden in de vakantieperiode beland.
Zowel in de kunst als in de politiek is er even weinig te beleven. Dus ook bij ons is de rust nu neergedaald. Goed nieuws voor onze medewerkers die na een tamelijk heftig seizoen wel wat kalmte en ontspanning kunnen gebruiken.
Maar slecht nieuws voor deze blog. Althans, ik zie U uitkijkend over de schilderachtige heuvels van Toscane nog niet zo snel overvallen worden door een spontaan verlangen om op deze blog in te loggen. Dat zou mij trouwens ook ernstig doen twijfelen aan uw geestelijke gezondheid. Omgekeerd zou het zo maar kunnen dat straks aan het zwembad van mijn vakantieverblijf in Salviac mijn gedachten opeens naar heel andere dingen uitgaan dan naar het fonds voor de podiumkunsten. Bij voorbaat mijn excuses daarvoor.
Speciaal voor de thuisblijvers die moeilijk afscheid van de dingen kunnen nemen hebben wij het jaarverslag van de stormachtige eerste veertien maanden van het fonds op de website gezet. U allen zult nog voor het eind van het jaar in staat gesteld worden definitief af te rekenen met dit verleden wanneer wij bij wijze van publieke verantwoording een speciale publicatie over de vierjarige subsidies uitbrengen onder de titel “One year after”. We zullen dan vanzelfsprekend ook een openbaar debat organiseren.
Zojuist bezocht ik de boekenmarkt in mijn stad Dordrecht. Ik had U daarover eerder moeten tippen. Want van alle evenementen die de stad trots in zijn vaandel voert slaagt de jaarlijkse boekenmarkt met zijn ingetogen, niet marketingachtige opzet er het beste in de raadselachtige schoonheid van deze historische stad aan buitenstaanders te tonen.
Fietsend door de stad viel mijn oog toevallig op de in de kade van het Damiatebolwerk gegraveerde dichtregel van de overleden Dordtse dichter Jan Eikelboom: “Wat blijft komt nooit terug.” En inderdaad; hoe goed het verleden je ook is bijgebleven; je kunt er niet naar terugkeren, het is gewoon voorgoed voorbij. Dat is meestal een zegen. Maar niet altijd. En na die enigszins melancholische vaststelling is het tijd voor vakantie. Ik wens U alvast een goede reis.